Wind Of Change
Wanneer protest overgaat in revolutie
‘Goedenavond heer, waar gaat de reis naartoe?’
‘Laten we maar beginnen bij Den Haag Centraal, beste man,’ verzucht ik. ‘Maar doe eerst het Malieveld even aan wil je.’
‘Zo u wilt.’
‘Dankjewel.’
Terwijl de taxichauffeur de meter aanzet en langzaam optrekt, word ik overvallen door een intense moeheid. Mijn lichaam zakt weg in de leren bekleding van de oude Mercedes en terwijl de schemer invalt, springen de straatlantaarns aan. Autolichten schieten voorbij als strepen neon in een drukke winkelstraat.
‘U komt zojuist terug van vakantie?’
‘Zoiets,’ mompel ik.
Mijn vingers tintelen van de koude overgang buiten naar de aangename warmte binnen. We laten Zestienhoven, of Rotterdam/The Hague Airport zoals we nu moeten zeggen, achter ons en schieten de A13 op. Een nieuw verkeersplein is verrezen, zie ik. Het is een tijd geleden dat ik in Nederland ben geweest.
‘Heeft u een specifiek adres voor me, of…?’
‘Om precies te zijn, heb ik een aantal adressen. Hoeveel tijd heb je?’
De taxichauffeur kijkt in zijn binnenspiegel en scant me. Zijn ogen focussen weer op de weg en kijken mij dan nogmaals aan via de spiegel.
‘Mijn naam is Peter en ik heb net zolang de tijd als dat u wilt.’
‘Dat is fijn, Peter, dankjewel.’
‘Heeft u zin in muziek?’
‘Als je de radio bedoelt, dan liever niet.’
‘Ik heb een eigen playlist. Mag ik die opzetten?’
‘Ga je gang, Peter. Het is jouw auto.’
Met een bevestigende knik drukt Peter zijn playlist aan. ‘Masters of War’ van Dylan is het eerste lied dat klinkt, net terwijl we de Utrechtsebaan oprijden en de tunnels doorschieten richting het Malieveld.
‘Er zitten gelukkig geen asfaltplakkers op de weg,’ grinnikt Peter.
We slaan linksaf en al wat ik zie is een donkere vlakte. Het Malieveld, het is er uitgestorven.
‘Rij gelijk maar door naar CS, alsjeblieft.’
Niet veel later stoppen we aan de achterzijde van het station. Het is er rustig.
‘Wacht hier even, Peter. Ik ben zo terug.’
Met gezwinde spoed schiet ik de schuifdeuren door en loop naar de perrons. Er klinkt niet veel meer dan het gepiep van remmende treinen en heel in de verte een fluitende conducteur. Ik slaak een zucht en loop terug naar de taxi. Zodra ik de schuifdeuren weer door ben, hoor ik ‘A Change Is Gonna Come’ van Sam Cooke.
‘Prachtig nummer,’ complimenteer ik Peter wanneer ik instap. ‘Volgende stop, of eigenlijk zijn het meerdere stops, maar laten we beginnen met Amsterdam Centraal, dan het Concertgebouw, de UvA en de Vrije Universiteit, o en doe ook het Holocaustmuseum maar even aan. Museumplein en Dam kunnen we misschien ook nog even meepakken.’
Met een simpele hoofdknik gaat Peter akkoord en we rijden al snel Den Haag uit. Een klein halfuurtje later spring ik uit de auto, loop het station van Amsterdam binnen en sta in tien seconden weer buiten. Op de Dam, niets dan duiven, trams en dronken toeristen. Holocaustmuseum idem, met uitzondering van de opzichtige beveiliging om te waarborgen dat er geen tweede Jodenjacht in korte tijd ontstaat.
‘Wat nu, meneer?’ vraagt Peter als we heel Amsterdam hebben gehad. ‘O wacht, moet u horen. ‘We Shall Overcome’ van Pete Seeger nu…’
Samen luisteren we even in stilte, terwijl buiten de taxi de wereld doordraait.
‘Nijmegen, de Radboud. En Wageningen. Weet je wat, we maken direct een universiteitsronde. Door naar Twente en dan zakken we af naar het zuiden, via Tilburg naar Maastricht.’
Ergens op de weg tussen het verre oosten en het diepe zuiden stoppen we bij een tankstation. Peter rookt een shaggie, ik drink een loeihete bak koffie. Uit de speakers galmt ‘Get Up, Stand Up’ van Bob Marley.
‘Kent u dat filmpje van die ouwe matroos?’
‘Die van die negerin met tepels als sigarenpeuken?’
Peter schiet in een onbedaarlijke lachbui. ‘Die ja! Moet ik bij Marley altijd aan denken. Ik heb ook op de grote vaart gezeten, moet u weten. Jamaica ben ik ook geweest en manoman de vrouwen daar. Zo’n donkere huid op een maagdelijk wit matras, hemels.’
Marley gaat over in ‘Mens, durf te leven!’ van Shaffy. Peter piekt zijn peuk weg, ik gooi mijn lege bekertje in een kliko en ieder met onze eigen gedachten stappen we weer in. Bij de kunstfaculteit van de uni van Maastricht stap ik weer uit. Stilte, oorverdovende stilte. Alsof iemand de wereld ineens heeft uitgezet en vergeten is hem weer aan te doen. Zelfs het tikken van mijn eigen hart lijkt te haperen. Mijn oren suizen, wanhopig op zoek naar iets om zich aan vast te grijpen.
‘Breng me terug naar Rotterdam, Peter. Nog één laatste stop. Of nee, twee. Breng me naar De Zwaan en daarna naar het station.’
We hebben de nacht over zien gaan in de morgen, de nevel trok op. Muziek klonk, soms overheerste de stilte. Peter rookte, ik dronk koffie. Op de Erasmusbrug ploegden fietsers door de koude wind, kwamen trams knarsend voorbij en gleden de binnenvaartschepen onderlangs door. Het was een dag als alle anderen.
‘Waarom maakten we deze tocht eigenlijk, meneer?’ vraagt Peter als we aan de achterkant van Rotterdam CS staan, onze laatste stop.
‘Omdat ik met eigen ogen wilde zien hoe onze betrokken medelanders de straten op gingen om op te komen voor de Iraanse bevolking die nu zo dapper opstaat tegen het islamofascistische regime, Peter. Ik wilde de steun voelen, de warmte, de liefde voor het onverschrokken Iraanse volk. Ik wilde ‘s lands feministen VROUW, LEVEN, VRIJHEID! horen scanderen, als ruggensteun voor de heroïeke vrouwen, de Perzische leeuwinnen. Ik wilde de grond voelen trillen van de marsen uit naam van honderdduizenden medelanders die naar de ambassade van Iran togen om de burgers van Iran te laten weten, te laten horen, te laten voelen, dat wij eensgezind achter ze staan. Ik wilde al die bezette universiteitscampussen vol met betrokken studenten zien, de stations vol zien zitten met leeuwenvlaggen. Gebrul wilde ik horen, uit al die grootmuilen die de afgelopen twee jaar de bek vol hadden van mensenrechten en de bezetter buitenspel zetten.’
We hebben heel even oogcontact via de binnenspiegel.
‘Wat zijn ze stil hè, meneer? Die Rode Lijn-marcheerders. Al die NPO-ers, de pro-Palestina demonstranten, de genocide-schreeuwers, de systeemmedia, de fascisme-roepers, die petitie-BN’ers. En die gekke actreutel, hoe heet ze ook weer?’
‘Crazy Carice,’ antwoord ik.
‘Die ja. Het is ongekend toch. Dag in, dag uit liepen ze over Gaza te blèren, maar over Iran hoor je ze niet. Nu ja, we zijn op Rotterdam Centraal, meneer. Het eindpunt van deze reis. En ik kan u nu al vertellen, hier is ook niemand.’
‘Ik weet het, ik weet het, Peter’ verzucht ik. ‘Desondanks, bedankt voor deze tocht. Het ga je goed man.’
‘U bedankt meneer, het was me een genoegen. Als ik u niet ontrief, wil ik u nog een laatste lied laten horen. Het is de meest toepasselijke op dit moment. Voor de dappere Perzen.’
‘Voor de dappere Perzen, Peter. Voor de dappere Perzen.’
Een kop koffie is ook altijd welkom!
Een zelfgekozen bedrag als losse donatie doen kan hier, met een directe overboeking naar NL70 BUNQ 2076 5623 89 t.n.v. Tjeerds Brainfarts onder vermelding van je mailadres of door op het BUNQ-logo te klikken. Natuurlijk krijg je bij een losse donatie ook - tijdelijk naar rato - toegang tot betaalde content.
Los doneren via PayPal of Stripe is ook mogelijk. (NB.: PayPal leidt je naar een donatiepagina op naam van mijn uitgeverij, Jalapeño Books)
Ook tof, waar je zelf nóg blijer van wordt, is door een boek van me te kopen!
Yasmina is een jonge Iraanse vrouw die gevangenzit in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Haar celgenoot is Jale, een oudere vrouw die Yasmina de martelingen, de vernederingen en de bijtende onzekerheid even doet vergeten door ’s nachts de oude sprookjes uit Duizend-en-een-nacht te vertellen.
Jale is een begenadigd chroniqueur, die de sprookjes uit Perzië, Babylonië en het oude Egypte volmaakt met haar eigen ideeën en fantasieën. De fabelachtige verhalen vormen de basis van een warme vriendschap en diepe verbondenheid tussen de twee vrouwen.
Jale groeide op in het Iran van voor 1979, Yasmina werd geboren tijdens de Perzische Golfoorlog begin jaren negentig. Twee vrouwen met een verschillende geschiedenis, maar met één gewenste toekomst: een vrije.
‘Yasmina vertelt een diep ontroerend en betekenisvol verhaal. We waarderen wat je doet om dergelijke verhalen met de wereld te delen.’ ~ Narges Foundation








