Van Rwanda naar Gaza in een zucht en een morele fart
De morele overwaarde van Roxane van Iperen
Begin deze week pende Roxane van Iperen een betoog(je) over een boek waaraan zij heeft meegewerkt.
De intro van Van Iperen luidt als volgt:
‘Als die 320 berggorilla’s met de dood waren bedreigd, zou de wereld sneller hebben ingegrepen dan bij de slachtpartijen onder burgers.’
Dit citaat van Lt-Generaal Roméo Dallaire vormde de kern van de Rwandese genocide in 1994, maar zou je ook als grafzerk voor de gammele menselijke inborst kunnen hanteren. In januari 1994 kondigde Dallaire in een fax aan de VN de uitroeiing van de Tutsi’s aan en zijn voornemen tot actie - Kofi Annan verbood het. Binnen 100 dagen werden 800.000 mensen uitgeroeid.
Om vervolgens vrijwel achteloos te eindigen met haar eigen verwijzing naar “de genocide-economie achter de aanhoudende massamoord op de Palestijnen”. De associatie is glashelder: wie haar terminologie volgt, plaatst Israël in hetzelfde morele register als de daders van de genocide in Rwanda.
Als je met zulke woordverdraaiingen maar weer die niet bestaande genocide probeert aan te kaarten (genocide-economie is zo’n zelfde debiele verbastering als genocidaal geweld, alles om maar ‘genocide’ te kunnen schreeuwen, terwijl je zelf dondersgoed weet dat het dat niet is) en met aantoonbare leugens (voortdurende massamoord?) je anti-Israël punt wil maken, diskwalificeer je jezelf volkomen, om bij elk ander onderwerp waar je zogenaamd zoveel geeft om mensenrechten, ooit nog serieus genomen te worden. Bovendien devalueer je de betekenis van (een werkelijke) genocide.
Als ze er nog kolonialisme, fascisme en apartheid aan toe had gevoegd, was de morele bingo-kaart compleet geweest en stonden ze in Amsterdam aan de grachten te juichen.
Wanneer je met geforceerde constructies als “genocide-economie” of andere verbasteringen waarin koste wat kost het woord “genocide” moet voorkomen, je politieke punt probeert te maken, laat je vooral zien dat retoriek belangrijker is geworden dan precisie. Hetzelfde geldt voor termen als “genocidaal geweld”, die eerder als propagandistische etiketten functioneren dan als juridisch of historisch betekenisvolle begrippen.
Dat is geen moedige waarheidsvinding, maar woordinflatie.
Want echte morele moed begint juist met precisie. Met de bereidheid om woorden niet groter te maken dan de feiten toelaten. Niet ieder bloedbad is genocide. Niet iedere verschrikkelijke oorlog is genocide. Niet iedere economische relatie met een oorlogvoerende staat is ineens een “genocide-economie”, hoe creatief de marketingafdeling van het flottila-activisme ook probeert te zijn.
Het tragische is dat Van Iperen hiermee uiteindelijk vooral het begrip genocide zelf sloopt. Als alles genocide is, is uiteindelijk niets het meer. Dan wordt het woord niet langer gereserveerd voor het uitzonderlijke kwaad waarvoor het ooit is bedacht, maar voor ieder conflict waarin voldoende morele verontwaardiging kan worden gemobiliseerd.
Nog problematischer wordt het wanneer zulke termen worden gecombineerd met stellige beweringen als “de voortdurende massamoord op de Palestijnen”, alsof dat een onomstreden feit is. Het conflict is buitengewoon bloedig, burgers lijden verschrikkelijk en daar hoeven we niet lichtzinnig over te doen. Maar juist daarom verdienen zulke ernstige beschuldigingen uiterste zorgvuldigheid. Wie de zwaarste denkbare kwalificaties presenteert alsof daar geen discussie over bestaat, doet niet aan analyse maar aan activistische framing.
Niet omdat kritiek op Israël per definitie ongeoorloofd zou zijn. Integendeel, elk land, ook Israël, moet kritisch kunnen worden beoordeeld op zijn handelen. Maar wie zijn argumentatie bouwt op terminologie die door velen juist fundamenteel wordt betwist en vervolgens doet alsof die terminologie vanzelfsprekend is, ondergraaft zijn eigen geloofwaardigheid.
Dat heeft gevolgen die verder reiken dan dit ene conflict. Want hoe serieus moet je iemand nog nemen wanneer die zich bij elk onderwerp opwerpt als kampioen van de mensenrechten, maar tegelijkertijd bereid blijkt de zwaarste begrippen uit het internationaal recht als politieke slogans te gebruiken? Als alles een genocide is, verliest het woord uiteindelijk zijn onderscheidende betekenis.
En precies daarin schuilt misschien wel de grootste schade.
De term genocide is niet zomaar een krachtterm. Hij verwijst naar een van de ernstigste misdrijven die denkbaar zijn. Het begrip draagt het historische gewicht van onder meer de Holocaust, Rwanda en Srebrenica. Dat gewicht verdwijnt wanneer het woord steeds vaker wordt ingezet als retorisch wapen in het publieke debat, nog voordat daarover brede juridische of historische overeenstemming bestaat.
Moral injury is een wond aan het geweten: de verwarring die in jezelf ontstaat als je erachter komt dat de wereld, de mensen om je heen, jijzelf, niet zo rechtvaardig blijken te zijn als je dacht. Wat is dan nog goed, en kwaad? Wie ben jij dan nog in verhouding tot de ander? Waarom wordt de ene mens beschermd, en de andere vernietigd terwijl er wordt toegekeken?
Wie werkelijk begaan is met mensenrechten, zou daarom juist terughoudend moeten zijn met zulke terminologie. Niet uit politieke loyaliteit aan Israël of aan wie dan ook, maar uit respect voor de betekenis van woorden. Want wanneer taal uitsluitend nog dient om morele verontwaardiging maximaal op te voeren, wordt zij een instrument van propaganda in plaats van een middel om de werkelijkheid zo nauwkeurig mogelijk te beschrijven.
Waarom wordt de ene mens beschermd, en de andere vernietigd terwijl er wordt toegekeken? Waarom wordt Hamas beschermd, en worden de pogingen Israël te vernietigen afgedaan als “eigen schuld, dikke bult?”
Een kop koffie is ook altijd welkom!
Een zelfgekozen bedrag als losse donatie doen kan hier, met een directe overboeking naar NL70 BUNQ 2076 5623 89 t.n.v. Tjeerds Brainfarts onder vermelding van je mailadres of door op het BUNQ-logo te klikken. Natuurlijk krijg je bij een losse donatie ook - tijdelijk naar rato - toegang tot betaalde content.
Los doneren via PayPal of Stripe is ook mogelijk. (NB.: PayPal leidt je naar een donatiepagina op naam van mijn uitgeverij, Jalapeño Books)
Ook tof, waar je zelf nóg blijer van wordt, is door een boek van me te kopen!
Yasmina is een jonge Iraanse vrouw die gevangenzit in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Haar celgenoot is Jale, een oudere vrouw die Yasmina de martelingen, de vernederingen en de bijtende onzekerheid even doet vergeten door ’s nachts de oude sprookjes uit Duizend-en-een-nacht te vertellen.
Jale is een begenadigd chroniqueur, die de sprookjes uit Perzië, Babylonië en het oude Egypte volmaakt met haar eigen ideeën en fantasieën. De fabelachtige verhalen vormen de basis van een warme vriendschap en diepe verbondenheid tussen de twee vrouwen.
Jale groeide op in het Iran van voor 1979, Yasmina werd geboren tijdens de Perzische Golfoorlog begin jaren negentig. Twee vrouwen met een verschillende geschiedenis, maar met één gewenste toekomst: een vrije.
‘Yasmina vertelt een diep ontroerend en betekenisvol verhaal. We waarderen wat je doet om dergelijke verhalen met de wereld te delen.’ ~ Narges Foundation











N.a.v. jouw verhaal Roxanne ff gedeblokkeerd om te lezen wat ze op Substack schreef, het ene stukje daar gepost geschreven, een paar keer gezucht en haar weer geblokkeerd.