Deel een in het vijfluik over Abou Mo Sigfried KlakKlak Oelala Moufassa, de Malinese gelukszoeker die strandde op Schiermonnikoog. In dit deel: de zoektocht naar geluk vangt aan. Abou verlaat zijn dorp en weet de grens met Algerije te bereiken, hoewel hij ternauwernood ontsnapt aan een bende koppensnellers.
Het was op de derde dag van de zevende maand van het tweeduizendvierentwintigste jaar des Heeren dat Abou Mo Sigfried - dit vanwege een ver Duits verwantschap - KlakKlak Oelala Moufassa voet zette op Schiermonnikoog.
Zijn reis voerde vanuit Tombouctou, waar hij woonde met zijn moeder, zeventien zussen en twaalf broers, aan de rand van de Niger en waar zij, net als ruim tachtig procent van de bevolking, werkzaam waren in de agrarische sector, via de grensovergang El-Khalil van Mali naar Algerije, alwaar hij de douaniers om moest kopen met de twee familieschapen voor een vrije doorgang, iets wat hem zeer aan het hart ging, want hij kende de schapen al sinds zijn geboorte, Abou is toevalligerwijs op die bewuste dag van het oversteken van de grens, 1 januari, jarig en hij is nu al voor de zevende keer zestien jaar oud geworden, dat was handiger volgens de dorpsoudste, zeggen dat je op 1 januari zestien jaar oud bent, en iedereen weet dat een schaap tussen de vijftien en twintig jaar oud wordt, dus Abou zit dan nog wel even goed met zijn verhaal, en nou ja, hij mocht dus de grensovergang passeren en hoewel de schapen tenminste zestien jaar oud waren, zullen ze de twintig nooit halen omdat de douaniers subiet shawarma van de blaters maakte, maar Abou was in ieder geval wel de grens over en nu was het zaak het dorre gebied van Algerije te doorkruisen op weg naar een beter leven in Europa, want dat is waar dit verhaal om draait, Abou is een zoeker van geluk, zijn we dat niet allemaal, en dus moest Abou doorzetten en zijn verdriet om de schapen wegslikken, zijn reis was sowieso niet alleen maar kommer en kwel, want Algerije heeft prachtige natuurgebieden, zoals het Ahaggar gebied, al moeten we het allemaal ook niet teveel romantiseren, want het is en blijft een stuk Sahara, dus gortdroog met niets dan zand en Touareg en dan bedoelen we niet die auto, maar de nomadische veetelers die zowel jouw keel als die van hun vee in een zucht en een scheet doorsnijden, een mens moet eten nietwaar, enfin, Abou liep daar dus ploegend door de woestijn, vanwege de hitte tot op zijn onderbroek nakend, toen een bende Touareg hem tegemoet kwam rijden en hem staande hield.
‘Gegroet broeder, waarheen leidt de weg?’
Nu moet u weten dat Abou Mo Sigfried KlakKlak Oelala Moufassa een waar woordkunstenaar is en hij placht op simpele vragen te antwoorden als een waar romancier.
‘Welnu, broeders, sallallahu alaihi wa sallam, vrede zij met u, mijn reis voert naar het prachtige Avondland, u wellicht bekend als Europa, daar waar de zon daalt en waar vanuit het oosten, waar Fenicië ooit lag, men de zon onder zag gaan boven het westerse continent – en zo werd Europa het land van de vallende zon, het Avondland dus, en ik ga er op zoek naar geluk.’
De Sahara-strijders keken Abou wat meewarig aan en de chauffeur van de woestijnterroristen, even meewarig als iedereen, maar toch net even een wat scherper mesje in de bestekla dan de rest, reageerde op Abou door als in slowmotion naar hem te wijzen en de legendarische woorden ‘Jemig man, wat heb jij een enorme navel! Wat is dat voor krater zeg? Daar kun je een heel peloton IS-strijders in kwijt! Hahaha!’ uit te spreken.
Nu moet u weten dat Tombouctou “zij met de grote navel” betekent, dus helemaal uit de lucht kwam dit niet vallen, edoch was het voor Abou reden om wederom met een oratie op de proppen te komen, waar de zandstrijders geen hoemoes van lusten.
‘Zeker heer, mijn navel is groot en diep en dat komt omdat ik van Tombouctou kom, het land van de bibliotheek van Ahmed Baba, gelegen in het hart van de oneindige Sahara, waar de zon de aarde in goud en stof hult, een stad als een fata morgana, Tombouctou, een naam die fluistert in de woestijnwind, heilige grond voor de nomaden van het zand, rustplaats voor de karavanen die de dorstige leegte doorkruisten tussen de oevers van de Niger en de markten van de Maghreb, alwaar zij zout, het witte goud, wonnen uit de droge diepten van de Sahara en via Tombouctou hun weg naar de zuidelijke koninkrijken vond, Tombouctou, baken van islamitische geleerdheid, waar de geest het zwaard overtrof in kracht, waar geleerden lazen, dachten, schreven – en onderwezen, in stoffige vertrekken, onder bogen van leem en hout, waar leerlingen bijeen kwamen bij hun meester in de madrassa's, waar het woord van God tot leven kwam, Tombouctou, stad van de drie grote moskeeën – Sankoré, Djinguereber en Sidi Yaya – het kloppend hart van onze intellectuele wereld, Tombouctou, wij die grote navels hebben, vandaar kom ik, naar Europa, waar ik geluk ga zoeken, daarheen ga ik.’
De krijgsheer van dienst zuchtte eens diep en maakte een wegwerpgebaar.
‘Ga, Grote Navel, inshallah dat je de grens met Libië bereikt met je hoofd nog op je romp, het is gevaarlijk op deze route, loopt voort, onnozele.’
En Abou hervatte zijn reis.
Lees hier het tweede deel…
Deel een: De zoektocht naar geluk vangt aan. Abou verlaat zijn dorp en weet de grens met Algerije te bereiken, hoewel hij ternauwernood ontsnapt aan een bende koppensnellers.
Deel twee: De gevaarlijke reis door Libië, en hoe Abou vrienden wordt met Abdi de Somaliër, kind van het eiland Socotra waar de drakenbloedbomen fier stand houden, piraat op de woelige baren van de Golf van Aden.
Deel drie: Met een kitesurf vanuit Tripoli naar Pozzallo vliegen, het uiterste puntje van Sicilië; eindelijk voet op Europese grond!
Deel vier: Een barre tocht door het Avondland, van Italië, Zwitserland, Frankrijk, Duitsland - toch een beetje zijn heimat - tot het godvergeten Oostende in België, om tenslotte voet te zetten naar Het Beloofde Land, daar waar geluk op straat ligt: Schiermonnikoog.
Deel vijf, slot: En zo geschiedde dat Abou Mo Sigfried KlakKlak Oelala Moufassa de enige gelukzoeker op Schiermonnikoog werd.
Een kop koffie is ook altijd welkom!
Ook tof, waar je zelf nóg blijer van wordt, is door een boek van me te kopen!
Yasmina is een jonge Iraanse vrouw die gevangenzit in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Haar celgenoot is Jale, een oudere vrouw die Yasmina de martelingen, de vernederingen en de bijtende onzekerheid even doet vergeten door ’s nachts de oude sprookjes uit Duizend-en-een-nacht te vertellen.
Jale is een begenadigd chroniqueur, die de sprookjes uit Perzië, Babylonië en het oude Egypte volmaakt met haar eigen ideeën en fantasieën. De fabelachtige verhalen vormen de basis van een warme vriendschap en diepe verbondenheid tussen de twee vrouwen.
Jale groeide op in het Iran van voor 1979, Yasmina werd geboren tijdens de Perzische Golfoorlog begin jaren negentig. Twee vrouwen met een verschillende geschiedenis, maar met één gewenste toekomst: een vrije.
‘Yasmina vertelt een diep ontroerend en betekenisvol verhaal. We waarderen wat je doet om dergelijke verhalen met de wereld te delen.’ ~ Narges Foundation
Een zelfgekozen bedrag als losse donatie doen kan hier, met een directe overboeking naar NL70 BUNQ 2076 5623 89 t.n.v. Tjeerds Brainfarts onder vermelding van je mailadres of door op het BUNQ-logo te klikken. Natuurlijk krijg je bij een losse donatie ook - tijdelijk naar rato - toegang tot betaalde content.
Los doneren via PayPal of Stripe is ook mogelijk. (NB.: PayPal leidt je naar een donatiepagina op naam van mijn uitgeverij, Jalapeño Books)









Ik kijk al uit naar de volgende delen.