Dromen van een utopisch leven
Over pais en vree en liefde en romantiek en poëzie en bachanalen van liefde en orgastisch liefhebben
Het lijkt een leven lang geleden, maar een jaar of 15 terug was ik met enige regelmaat te vinden in Israël, Gaza, Judea en Samaria (grosso modo beter bekend als de Westbank of de Westelijke Jordaanoever), Syrië, Libanon en zelfs Irak.
“Zelfs Irak” zeg ik, maar dat is eigenlijk niet waar: op het allerlaatste moment, in 2014, zou ik naar Irak doorreizen. Echter, mijn fixer werd vermoord. Mijn trip werd gecanceld, ik strandde in Jordanië. Klein pils vergeleken met de moord en de opmaat naar waar deze moord deel van uitmaakte: de genocide op het vergeten volk, de Jezidi’s.
Aanleiding voor dit stukje, na bijna twee maanden stilte mijnerzijds, is een stuk van Theodor Holman. Een talent wel, deze jongeling. Heeft een scherpe pen. En de conclusie van zijn laatste epistel luidde als volgt:
Jouw generatie wil, net als de generatie na jou, en net als mijn generatie, de wereld veranderen. Maar de wereld wil niet veranderen, want de wereld bestaat uit mensen die oorlog willen.
We delen die angst, over oorlog. Angst, of observatie. Geef het een naam. Nu ken ik een oer-Hollandsche knaap (18) die menigmaal heeft gezegd dat hij naar Oekraïne wil om te vechten. En ik snap het. Ik ben opgegroeid met Tour of Duty. (fantastische serie, fantastische muziek) De heroïek van die dappere Amerikaanse soldaten in de hitte van de Vietnamese jungle, geweldig. Thuis, vroeger in Rotterdam speelden we op straat ‘oorlogje’. Gek toch, oorlogje spelen. Het is jeugdige onverschrokkenheid denk ik. En opgroeien met de Tweede Wereldoorlog als rugzakje, opa’s in kampen, de hongerwinter, het bombardement, de holocaust en de eeuwige romantisering van oorlog, van de goede versus de slechte.
We willen de wereld veranderen. Iedere generatie wil dat, iedere generatie op de eigen manier en volgens de eigen opvattingen en zienswijze.
Maar goed, hoewel jong van lijf, leden en geest, ben ik inmiddels wel op een leeftijd dat ik weet, door schade, schande en wat bijzondere levenskeuzes, dat oorlog niets heroïsch is en het ook zelden echt iets verandert. Ik wil geen oorlog. Ik wil pais en vree en liefde en romantiek en poëzie en bachanalen van liefde en orgastisch liefhebben. Verandering is prima. Maar zonder bloedvergieten, als het u belieft.
“Ja maar, Tjeerd, jij steunt toch de aanvallen van de VS en Israël op Iran?”
“Je bedoelt dat ik wil dat het islamofascistische regime in Iran het veld ruimt? Ja. Ik ben soms net een mens, met al mijn hypocrisie of tegenstellingen. Oorlog? Nee. Maar ja, ik gun die dappere Perzen, dat schitterende volk een mooi leven, zonder repressie en angst en onderdrukking. Dus, ja, tsja…”
Oorlog is lelijk. Morsig. Er is niets romantisch aan oorlog. Het geluid van kogels, de geur van explosies, die rare marsepeinen odeur, het gekrijs van jonge mannen die doorkliefd worden door brandend lood, het is verschrikkelijk, het is de hel, het laat me nog altijd met enige regelmaat wakker schrikken.
… in Sderot sliep ik bij Bob achter een gordijntje in de woonkamer en zaten we al whiskey drinkend de raketbeschietingen vanuit de Gazastrook uit. Hij scheldend op alles wat Palestijns was, ik bevend als een rietje veinzend dat een raketbeschieting voor mij ook dagelijkse kost was.
Er was een moment dat ik terugkwam van een reis naar het land van melk en honing. Ik had er mijn eerste bijna-dood-ervaring, het benoemen verder niet waard, maar het was intens. Op een zaterdagmiddag landde ik op Schiphol, ‘s avonds hadden we een feestje in Rotterdam, bij mijn beste vrienden. Die overgang, die totale nietszeggendheid van dat klotefeest terwijl ik ‘s ochtends nog in een soort overlevingsmodus zat… Welnu, het was goed voor mijn relativeringsvermogen. Ik vertelde summier wat ik de afgelopen dagen had meegemaakt. Er werd meewarig op gereageerd. “Ja, heftig joh. Biertje?” En het leven ging door. Zoals altijd.
“Ben jij een dromer?” vroeg iemand mij vandaag. “Ik vind je zo normaal, terwijl je echt fantastische boeken schrijft.”
Ik denk dat het een compliment was. Hoewel ik natuurlijk niet normaal wil zijn. Maar ben ik een dromer? Dat wel.
De nachtmerries komen en gaan. Maar de dromen, het wensdenken wellicht, die voeren de boventoon. Ik droom van een vrije wereld, zonder geweld, zonder dwang, zonder oorlog.
Waar jonge jongens niet opgehangen worden, maar gewoon puber mogen zijn, met ambities en wensen en, ja, dromen, natuurlijk dromen. O, lieve jeugd, blijf dromen.
Droom de meest fantastische dromen waarbij de wereld aan je voeten ligt.


Een kop koffie is ook altijd welkom!
Een zelfgekozen bedrag als losse donatie doen kan hier, met een directe overboeking naar NL70 BUNQ 2076 5623 89 t.n.v. Tjeerds Brainfarts onder vermelding van je mailadres of door op het BUNQ-logo te klikken. Natuurlijk krijg je bij een losse donatie ook - tijdelijk naar rato - toegang tot betaalde content.
Los doneren via PayPal of Stripe is ook mogelijk. (NB.: PayPal leidt je naar een donatiepagina op naam van mijn uitgeverij, Jalapeño Books)
Ook tof, waar je zelf nóg blijer van wordt, is door een boek van me te kopen!
Yasmina is een jonge Iraanse vrouw die gevangenzit in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Haar celgenoot is Jale, een oudere vrouw die Yasmina de martelingen, de vernederingen en de bijtende onzekerheid even doet vergeten door ’s nachts de oude sprookjes uit Duizend-en-een-nacht te vertellen.
Jale is een begenadigd chroniqueur, die de sprookjes uit Perzië, Babylonië en het oude Egypte volmaakt met haar eigen ideeën en fantasieën. De fabelachtige verhalen vormen de basis van een warme vriendschap en diepe verbondenheid tussen de twee vrouwen.
Jale groeide op in het Iran van voor 1979, Yasmina werd geboren tijdens de Perzische Golfoorlog begin jaren negentig. Twee vrouwen met een verschillende geschiedenis, maar met één gewenste toekomst: een vrije.
‘Yasmina vertelt een diep ontroerend en betekenisvol verhaal. We waarderen wat je doet om dergelijke verhalen met de wereld te delen.’ ~ Narges Foundation








