Diepte-interview der Interviews
Uw eigenste Schrijver des Vaderlands legt zijn zielenroerselen bloot
Interview met schrijver Tjeerd Langstraat over zijn nieuwste roman Yasmina
Door: Noortje Alvarez
Met Yasmina levert schrijver Tjeerd Langstraat een indringende roman af over een jonge vrouw in de beruchte Evin-gevangenis in Iran. In dit gesprek spreekt hij over de kracht van verhalen als verzet, maar ook over zijn scherpe kritiek op de manier waarop westerse media en schrijvers omgaan met geopolitiek en morele verontwaardiging.
Langstraat spaart daarbij zijn eigen sector niet. Hij fileert de boekenwereld als een gesloten, affirmerend systeem waarin zichtbaarheid en netwerk vaak zwaarder wegen dan inhoud, en waarin nieuwe stemmen maar moeilijk doordringen. Tegelijk reflecteert hij op zijn eigen positie daarin, inclusief succes, nominaties, boekenprijzen en de mijlpaal van het 100.000e verkochte boek van zijn uitgeverij Jalapeño Books.
We spreken hem over zijn ironisch serieuze titel Schrijver des Vaderlands, zijn weigering om mee te doen aan oppervlakkige mediacultuur, en zijn ideeën over vrijheid, schrijven en leven. Van non-monogamie tot wonen in de bergen en het opzoeken van grenzen. Tot slot kijkt hij vooruit: naar internationale ambities en het verlangen om zijn werk voorbij de Nederlandse grenzen te laten reizen.
Een gesprek over literatuur, macht en de noodzaak om als schrijver ergens voor te staan.
Tjeerd, laten we meteen met de deur in huis vallen: Yasmina speelt zich af in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Waarom juist die plek?
Omdat Evin geen neutrale plek is. Het is een gevangenis waar mensen systematisch worden gebroken, waar controle en angst de boventoon voeren. Dat maakt het interessant om daar een verhaal te plaatsen. Yasmina zit daar vast, zonder grip op wat er met haar gebeurt. Tegelijk zie je dat ze iets probeert vast te houden. Gedachten, herinneringen, verhalen, haar leven buiten de poort. Dat contrast wilde ik laten zien, zonder het mooier te maken dan het is.
In het boek speelt haar celgenoot Jale een grote rol, met verhalen uit Duizend-en-één-nacht en gebaseerd op het leven van Narges Mohammadi. Zij kreeg in 2023 de Nobelprijs voor de Vrede toegekend en zit momenteel al maanden gevangen vanwege haar verzet tegen het regime. Is dit boek bedoeld als vorm van verzet?
Deels. Maar bovenal, het vertellen van verhalen in zo’n omgeving is een daad van verzet. Het personage Jale gebruikt de sprookjes om Yasmina in leven te houden. Terwijl overdag alles draait om controle en onderdrukking, openen die verhalen ’s nachts een andere werkelijkheid. Dat vond ik belangrijk om te laten zien. Zelfs in de meest afgesloten ruimte kan de geest nog vrij zijn. Het is verzet zonder geweld, maar enkel met woorden. Met mooie woorden.
Toch is het boek geen sprookje. Integendeel. Het is rauw, soms zelfs ongemakkelijk.
Het móét ongemakkelijk zijn. Als je schrijft over een plek als Evin en je maakt het verteerbaar, dan lieg je. Dan maak je de werkelijkheid kleiner dan ze is. Ik wilde dat de lezer voelt hoe fragiel vrijheid is en hoe snel die kan verdwijnen.
Je roman raakt aan actuele geopolitiek. Je bent scherp over hoe er in het Westen naar conflicten wordt gekeken, met name rondom Israël. Waarom?
Omdat ik een groeiende gemakzucht zie. Een soort morele luiheid. Complexe conflicten worden gereduceerd tot slogans. En opvallend vaak wordt Israël daarbij neergezet als eendimensionale boosdoener, zonder historische context of nuance. Tegelijk zie je dat regimes die hun eigen bevolking opsluiten, martelen en systematisch breken, zoals het regime in Iran, veel minder morele verontwaardiging oproepen in diezelfde kringen. Dat is selectieve blindheid.
Ook, of misschien wel juist schrijvers en journalisten hebben de verantwoordelijkheid om niet mee te gaan in simplificatie of modieuze verontwaardiging. Als je kritisch bent op Israël, maar klapt voor Hamas en stil blijft over regimes die hun eigen burgers vermoorden, dan klopt er iets fundamenteel niet.
Is er een verband tussen Yasmina en je kritiek op de media?
Absoluut. Yasmina gaat over wat er gebeurt als vrijheid systematisch wordt afgenomen. Over een regime dat zijn eigen burgers ontmenselijkt. Dat zulke verhalen minder aandacht krijgen dan politieke framing elders, zegt iets over waar we naar willen kijken en waar we van wegkijken. Als schrijver moet je niet alleen kritisch zijn op macht, maar ook op je eigen omgeving. Anders wordt het een veilige exercitie.
Je noemt jezelf, half ironisch, half serieus, de “Schrijver des Vaderlands”. Wat bedoel je daarmee?
Dat het een absurde titel is, en daarom precies bruikbaar. We leven in het Absurdistische Tijdperk, het huidige interbellum, een tijd waarin iedereen voorzichtig is, waarin uitspraken worden afgevlakt tot ze nergens meer over gaan. Door zo’n titel te claimen, zet je jezelf in een ongemakkelijke positie. Je zegt eigenlijk: ik neem het recht om te spreken, maar ook de verantwoordelijkheid om dat niet vrijblijvend te doen.
Maar het heeft ook iets provocerends.
Natuurlijk. Het is een lichte vorm van zelfmythologisering, maar ook een spiegel. Want waarom vinden mensen het eigenlijk zo irritant? Omdat het pretentieus klinkt? Of omdat ze liever geen schrijver hebben die zich uitspreekt buiten de veilige grenzen van fictie? En natuurlijk omdat zo’n titel normaliter binnen de eigen clan wordt toegewezen. Dichter des Vaderlands, Denker des Vaderlands, Filosoof des Vaderlands, etcetera. Het heeft wat sneuiigs. En het moet trouwens ‘der Nederlanden’ zijn tegenwoordig, volgens de richtlijnen der wokeness.
Dus het is geen grap?
Het is een grap met een serieuze ondertoon. Het CPNB mag de titel trouwens overkopen van me. Voor twee-en-een-halve ton.
Je hebt je ook kritisch uitgelaten over wat vaak “woke” wordt genoemd. Wat stoort je daarin?
De verstikking. Wat ooit begon als een poging om misstanden zichtbaar te maken, is in veel gevallen verworden tot een systeem van morele controle. Een soort taalpolitie die voortdurend bepaalt wat je wel en niet mag zeggen, denken, schrijven.
Maar taal doet er toch toe?
Natuurlijk. Maar een probleem ontstaat wanneer taal geen middel meer is, maar een doel op zich wordt. Wanneer nuance verdwijnt en plaatsmaakt voor een soort ideologische checklist. Dan krijg je geen gesprek meer, maar correctie. Geen literatuur, maar censuur en zelfcensuur.
Je noemt het soms zelfs “waanzin”.
Omdat het vaak irrationeel is. Er zit een bijna religieuze felheid in. Alles wordt teruggebracht tot identiteit, tot positie, tot slachtofferschap. En wie daar niet in meegaat, wordt verdacht gemaakt.
Je hebt ook gesproken over wat je noemt “intersectionele haat tegen de roomboterblanke man”. Dat is een stevige formulering.
Omdat je ziet dat er in sommige kringen een gemakzuchtige vijandbeeldvorming ontstaat. Alsof één categorie mensen per definitie verdacht is, of moreel minder valide. Dat is precies het soort denken waar diezelfde beweging zich ooit tegen keerde. Alle mannen zijn schuldig aan de gewelddadige dood van Lisa. Alle mannen zijn schuldig. Punt. Of eigenlijk, alle witte mannen zijn schuldig.
Dus je ziet daar een tegenstelling?
Zeker weten. Wat gepresenteerd wordt als emancipatie, slaat soms om in een nieuwe vorm van uitsluiting. Niet gebaseerd op ideeën of gedrag, maar op afkomst en identiteit. Dat is intellectueel lui, moreel inconsistent en discriminatie in zijn puurste vorm.
Wat betekent dat voor de literatuur?
Dat het gevaar loopt braaf te worden. Voorzichtig. Afgestemd op wat acceptabel is binnen een bepaalde morele consensus. Terwijl literatuur juist moet schuren, moet ontregelen, moet confronteren. Als schrijvers bang worden om verkeerd begrepen te worden, dan krijg je geen echte boeken meer, alleen nog veilige teksten.
En wat is jouw positie daarin?
Ik weiger mee te doen aan die angst. Ik schrijf wat nodig is, niet wat veilig is. Als dat betekent dat het ongemakkelijk wordt, prima. Liever dat, dan een literatuur die alleen nog maar bevestigt wat iedereen al denkt.
Laten we het hebben over die omgeving: de boekenwereld. Je noemde die ooit “een gesloten ecosysteem van wederzijdse bewondering”.
Het is een incestueus circuit. Dezelfde mensen die elkaar jureren, interviewen, prijzen toekennen en weer uitnodigen voor festivals en boekenballen. Het is een kringloop van bevestiging. Wie daarbuiten valt, bestaat nauwelijks.
En wat is de rol van de media daarin?
Die versterken dat patroon. Er is veel navelstaren. Aandacht, recensies, prijzen, het cirkelt rond een relatief kleine groep. Hoe vaak breken echt nieuwe schrijvers door zonder dat ze al ergens aangesloten zijn of binnen het deugprofiel passen? Hoe vaak wordt een boek beoordeeld op zichzelf, en niet op de naam op de kaft? Er wordt veel gesproken over openheid, maar de boekenbranche is opvallend homogeen in smaak en netwerk.
Dat klinkt als een aanklacht.
Dat is het ook. Een groot deel van de hedendaagse literaire wereld is minder geïnteresseerd in literatuur dan in het beheren van reputaties. Kijk maar naar die waanzinnige toekenning van de P.C. Hooftprijs voor de antisemiet en neo-fascist Anja Meulenbelt. De verheerlijking van Splinter Chabot. Ultieme grachtengordelmeisje Doortje Smithuijsen. Die ik overigens ontzettend aantrekkelijk vind. Wie waar verschijnt, wie wie noemt, wie op welke longlist staat, wie het meeste deugt, dat is belangrijker dan wat er daadwerkelijk geschreven is. Je kunt nu al uittekenen dat Splinter Chabot met zijn nieuwe egodocument komend jaar met alle prijzen wegloopt.
Hebben boekrecensenten eigenlijk nog een rol van betekenis?
Helaas wel. Al zijn ze zelden zo onafhankelijk als ze denken. Ze bewegen zich in hetzelfde netwerk als de schrijvers die ze bespreken. Ze kennen elkaar, komen elkaar tegen, zitten samen op podia. Objectiviteit wordt dan al snel een soort toneelstuk. Het resultaat is voorspelbare lof voor voorspelbare namen.
Wat betekent dat voor nieuwe of onafhankelijke schrijvers?
Die worden vaak al weggefilterd voordat ze zichtbaar worden. Niet omdat ze slecht zijn, maar omdat ze niet in het systeem passen. De boekenwereld presenteert zich als open en inclusief, maar is in de praktijk conservatief als de neten en doodsbang voor wat daarbuiten ontstaat.
Je klinkt cynisch.
Nee. Cynisme is accepteren dat het zo is en je schouders ophalen. Ik benoem het juist omdat het anders kan. Literatuur verdient beter dan een kringetje mensen dat elkaar in de reet neukt en continu bevestigt hoe belangrijk ze zijn.
En toch publiceer je binnen datzelfde veld.
Natuurlijk. Je kunt er niet volledig buiten staan. Dat is de paradox. Maar je kunt wel weigeren te doen alsof het een zuiver meritocratisch systeem is. Dat is het niet.
Dus dit boek is ook een pamflet?
Geen pamflet, maar wel een tegengewicht. Literatuur moet niet alleen spiegelen, maar soms ook corrigeren. Niet door te schreeuwen, maar door te tonen. Door één leven, dat van Yasmina, zo invoelbaar te maken dat je niet meer kunt wegkijken. En ik heb heel bewust een heel andere vorm gekozen. Men ziet mij vaak als thrillerschrijver. Maar met Tossa, het boek vóór Yasmina, schreef ik al een roman die niets met thrillers van doen heeft. Ik ken meerdere trucjes, om het zo maar te zeggen. Dat ene hokje, thrillerschrijver, is mij te klein. Het tekent ook de bekrompenheid van de branche, dat je een bepaald type schrijver zou moeten zijn.
Toch ben je inmiddels onderdeel van dat veld. Je boek wordt gelezen, besproken, genomineerd.
Dat is de ironie. Je beweegt je erin, maar je moet oppassen dat je er niet in oplost.
Laten we het hebben over het schrijven zelf. Yasmina is een roman die stilistisch heel precies is.
In dit boek moest de taal extreem nauw luisteren. Yasmina is niet alleen een verhaal, maar ook een vorm van overlevering. Die sprookjes, die nachtelijke vertellingen, die dragen honderden jaren aan verhalen in zich. Dat voel je in het ritme, in de cadans, in wat wel en niet wordt gezegd. Ik wilde dat de taal die gelaagdheid draagt, zonder opzichtig te worden. Het moest iets krijgen van iets wat al langer bestaat dan jij als schrijver. Alsof je niet zozeer iets bedenkt, maar iets doorgeeft. Maar ook, ik heb er zelf een nieuw sprookje aan toegevoegd. Dat vind ik trouwens zo wonderlijk aan bijvoorbeeld de bijbel. Dat daar nooit een herziene versie van verschijnt met nieuwe verhalen.
Waarom blijf je schrijven?
Omdat het het mooiste is wat er is. Het is een eenzaam proces, maar ook een vorm van absolute vrijheid. Je begint met niets, een beeld, een zin, een stem, en langzaam ontstaat er een hele nieuwe wereld. Ik kan er alles in kwijt.
Hoe begint zo’n boek voor jou?
Met iets wat zich niet meteen laat benoemen. Een gevoel, een spanning. Bij Yasmina was dat een beklemming, een gevoel van opgesloten zitten zonder duidelijke oorzaak. En natuurlijk de persoonlijke verhalen van Narges Mohammadi. Pas later kreeg dat meer vorm, de gevangenis, de personages, de structuur en de combinatie met de sprookjes.
Zie je schrijven als ambacht of als kunst?
Ambacht is het kunnen. Weten hoe een zin loopt, hoe ritme werkt, hoe je spanning opbouwt, hoe je iets weglaat zodat het juist sterker wordt. Het is het beheersen van de taal, het serieus nemen van vorm. Zonder dat heb je niets.
Maar kunst begint waar het ambacht niet meer genoeg is. Waar er iets gebeurt wat je niet volledig kunt verklaren. Een zin die ineens klopt op een manier die je niet had kunnen bedenken. Een scène die meer zegt dan jij er bewust in hebt gestopt.
En misschien zit daar ook de roeping in. Dat je bereid bent om daar telkens weer naartoe te gaan. Om tijd, aandacht en energie te geven aan iets waarvan je nooit zeker weet of het zich zal laten vangen. En of je met die ambacht en die kunst en die roeping geld kunt verdienen. Maar als het gebeurt, als het lukt, dan weet je weer even waarom je schrijft.
Wanneer weet je dat een boek af is?
Eigenlijk nooit. Op een gegeven moment moet je het loslaten. Een boek is geen voltooid object, maar een momentopname van hoe ver je durfde te gaan. Daar is wat mij betreft bij elk van mijn boeken nog winst te behalen. Ik zou ze het liefst allemaal weer herschrijven. Dingen aanvullen of juist weglaten. Het is nooit goed genoeg.
Dan het succes. Yasmina is genomineerd voor een Literaire Parel, staat op de groslijst voor de BNG Literatuurprijs, de Boekenbon Literatuurprijs en De Boon Literatuurprijs. En er was laatst die mijlpaal: het 100.000e verkochte boek van jouw uitgeverij Jalapeño Books.
Dat moment was heel bijzonder. Jalapeño Books ben ik begonnen als klein, eigenzinnig, buiten de gevestigde lijnen kleurend uitgeverijtje. Dat juist daar die grens van 100.000 boeken wordt bereikt, voelt als een kleine verschuiving. Volledig op eigen kracht, zonder kruiwagens of netwerk. Honderdduizend boeken. Honderdduizend!
Wat deed dat met je persoonlijk?
Verwondering. Je schrijft in stilte, zonder te weten of iemand het zal lezen. En dan blijken er honderdduizend lezers te zijn. Natuurlijk is er overlap, maar toch. Het blijft vreemd en indrukwekkend tegelijk. En ik weet dat heel veel beter kan en moet, ook met andere schrijvers waarvan ik werk uitgeef. Maar holy shit, honderdduizend verkochte boeken, en dat voor een armetierige schrijver die in een berghutje vertoeft.
Ben je blij met de prijzen en nominaties?
Die zijn mooi, maar ook relatief. Ze zeggen net zo veel over de tijdgeest en de jury als over het boek. Ik zie ze als momentopnames, niet als maatstaf. Uiteindelijk gaat het erom of een boek blijft resoneren. Bovendien vind ik boekenprijzen waar je moet stemmen als publiek totale onzin. Ook daar gaat het weer niet om het boek, om het verhaal, maar simpelweg om degene die zich het best als persoon in de kijker weet te spelen of omdat hij de meeste volgers op Instagram heeft die hij weet te mobiliseren. Zo’n stemming degradeert zo’n boekenprijs tot een totaal irrelevant bokaaltje. Dan liever vakjury’s of lezersjury’s. Kun je ook nog veel op aanmerken, maar daar kun je in ieder geval nog vanuit gaan dat ze het boek tenminste lezen en daar een oordeel over vellen.
Ik overweeg al een tijd om een nieuwe boekenprijs in het leven te roepen. Het boek of manuscript moet door de schrijver of uitgever anoniem ingediend worden en het wordt beoordeeld door een jury van onafhankelijke lezers en overtuigd niet-lezers. Die laatsten zijn het meest ontvankelijk voor iets nieuws, herkennen en kennen weinig uit de boekenbranche en zullen het puurst zijn in hun mening geven. Het wordt een soort medische clinic. En dan krijg je nog mensen aan het lezen ook.
Als je je werk leest, lijkt vrijheid een centraal thema. Hoe vertaalt zich dat naar je eigen leven?
Vrijheid is voor mij geen abstract idee, maar iets heel concreets. Het zit in hoe je leeft, hoe je liefhebt, hoe je keuzes maakt. Ik heb weinig met vaststaande vormen, met systemen die je vertellen hoe iets “hoort”. Of dat nu relaties zijn, werk, of zelfs hoe je je dagen indeelt.
Je doelt ook op relaties?
Zeker. Ik geloof niet zo in het idee dat liefde per definitie exclusief moet zijn. Non-monogamie is voor mij geen provocatie, maar een logisch gevolg van hoe ik naar vrijheid kijk. Liefde is geen bezit. Zodra je iemand probeert vast te grijpen, verstikt het. Dat betekent niet dat het vrijblijvend is, integendeel, het vraagt juist meer eerlijkheid, meer verantwoordelijkheid.
Dat klinkt als een levenshouding die verder gaat dan alleen relaties.
Ik heb een sterke drang om te bewegen, om niet vast te roesten. Dat zie je ook in mijn liefde voor de bergen. Daar gebeurt iets wat in het dagelijks leven vaak ontbreekt. Alles wordt teruggebracht tot de essentie. Je lichaam, je adem, de volgende stap. Geen ruis, enkel de natuur.
Wat halen de bergen in jou naar boven?
Nederigheid, in de eerste plaats. De bergen geven niets om jouw plannen of ambities. Maar ook scherpte. Je kunt je daar geen halve aandacht veroorloven. En misschien nog wel belangrijker, ze confronteren je met je grenzen.
En jij zoekt die grenzen bewust op?
Ja. Omdat je pas echt leeft op het moment dat iets schuurt. Dat wil niet zeggen dat je roekeloos moet zijn, maar wel dat je bereid moet zijn om buiten het veilige te stappen. Ik heb weinig interesse in een leven dat volledig gecontroleerd en voorspelbaar is.
Je zei ooit: “Ik vertrouw mensen niet die nooit over hun eigen grenzen heen gaan.”
Als je nooit getest wordt, fysiek, emotioneel, mentaal, hoe weet je dan wie je bent? Grenzen zijn er niet alleen om te respecteren, maar ook om te onderzoeken. Soms ga je eroverheen. Soms ga je te ver. Maar daar leer je meer van dan van binnen de lijntjes blijven.
Dat klinkt als een bijna existentiële drang.
Misschien is het dat ook. Ik ben niet geïnteresseerd in een comfortabel leven als dat betekent dat het vlak wordt. Ik wil intensiteit, scherpte, risico. Niet als doel op zich, maar omdat daar iets echts gebeurt. Daar begint het verhaal. Daarom ben ik al twee keer mijn huis kwijtgeraakt. Ben ik praktisch failliet gegaan. Ga ik echt totaal naar de klote als ik drink, of juist als ik de bergen intrek. Kan ik genieten van de pijn van een nieuwe tattoo. Als ik twee dagen comfortabel op een ligbedje in de zon lig, word ik gek.
Je naam duikt steeds vaker op, ook buiten de literatuur. Word je veel benaderd door media?
Mwah, met enige regelmaat. Maar dan opvallend vaak voor de verkeerde dingen. Datingprogramma’s, panelshows, formats waar het vooral moet gaan over “de man achter de schrijver”. Lees: mijn privéleven, mijn relaties, mijn levensstijl. Laatst dus nog voor ‘Winter vol liefde’.
En daar zeg je nee tegen?
Altijd. Zonder uitzondering. Ik heb daar geen enkele interesse in. Ik ben geen curiositeit, geen format, geen gezellig item in een programma dat draait om snelle meningen en oppervlakkig vermaak.
Toch zou het je zichtbaarheid kunnen vergroten.
Dat is precies het probleem. Zichtbaarheid waarvoor? Om bekend te staan als “die schrijver met dat liefdesleven”? Dat interesseert me niet. Ik wil gelezen worden, niet bekeken. Althans niet op die manier. Het gaat niet om inhoud, maar om hapklare persoonlijkheden. Alles moet snel en licht verteerbaar.
Je zei eens: “Ik ben geen Eus.” Wat bedoel je daarmee?
Dat ik niet de behoefte heb om overal aan tafel te zitten, overal iets van te vinden, overal zichtbaar te zijn. Dat is een keuze, en voor sommigen werkt dat goed. Maar voor mij niet. Ik wil niet gereduceerd worden tot een mediapersoonlijkheid waarvan niemand weet waarom het nu eigenlijk een mediapersoonlijkheid is. Schrijven kan Eus niet. Presenteren ook niet. Matennaaien wel, dat kan hij dan weer heel goed.
Als je jezelf profileert als iemand die tegen de stroom ingaat, maar ondertussen voortdurend meebeweegt met wat mediageniek is, wat veilig is, wat goed valt, dan ben je geen dwarsdenker, maar een uitvoerder. En dat is Eus.
Heb je een persoonlijke vete met hem?
Nee hoor. Ik heb ook geen behoefte aan persoonlijke vetes. Maar ik heb wel een hekel aan schijn. Aan mensen die doen alsof ze ergens voor staan, terwijl ze vooral bezig zijn met hun positie. Of weerzinwekkend hypocriet zijn, zoals Carice van Houten en die scheldpygmee, hoe heet ‘ie ook weer? Sander Schimmelpenninck.
Waar wil je wél voor worden uitgenodigd?
Sowieso zit ik gewoon het liefst op een berg, maar als er dan media aankloppen, wil ik dat dat is om mijn werk. Om mijn boeken, om mijn stukken, om wat ik schrijf en denk. Als iemand me wil spreken over Yasmina of over wat ik op Substack publiceer, graag. Maar niet omdat ik “interessant” ben als persoon in een licht entertainmentformat. Dan stuur je me maar een dm-tje, wisselen we telefoonnummers uit en gaan de we hort op. Heb jij al plannen voor zometeen eigenlijk?
Dat houden we even buiten dit interview. Maar, is die houding ook een vorm van verzet?
Misschien wel. Het is in ieder geval een weigering om mee te gaan in het idee dat alles en iedereen voortdurend beschikbaar moet zijn, inwisselbaar en amusementsgericht. Ik geloof dat je als schrijver ook iets mag beschermen: je werk, je aandacht, je integriteit. Je hoeft heus niet alles, en vooral jezelf niet, continu al te serieus te nemen. Maar om dan in Winter vol liefde te gaan zitten is ook weer zo wat.
In je werk, maar ook in hoe je leeft, lijkt er iets grenzeloos te zitten. Alsof je voortdurend de rand opzoekt.
Dat klopt wel. Ik heb weinig met halve ervaringen. Of iets is echt, intens, allesomvattend, of het interesseert me niet. Dat kan zich op verschillende manieren uiten. Soms in het opzoeken van verdoving, in het verliezen van jezelf in nachten die te lang doorgaan. En soms juist in het tegenovergestelde: extreme helderheid, bijvoorbeeld in de bergen. Ook ik wil een groots en meeslepend leven leiden, en dat lukt me vrij aardig wel.
Dat jezelf verliezen maar ook extreem helder zijn, dat klinkt als twee uitersten.
Dat zijn het ook. Aan de ene kant heb je de overgave, het loslaten van controle, het opgaan in wat je bacchanalen van plezier zou kunnen noemen. Als escapisme, als een manier om het leven in zijn meest rauwe vorm te ervaren. Aan de andere kant heb je de bergen, waar alles juist teruggebracht wordt tot discipline, focus en overleven.
Wat verbindt die twee?
Intensiteit. In beide gevallen ga je voorbij aan het alledaagse. Je verlaat het veilige midden. Of je nu nachtenlang doorhaalt of op grote hoogte je lichaam tot het uiterste drijft, het gaat om hetzelfde verlangen: voelen dat je leeft, zonder filter.
En dat taboeloze waar mensen je soms mee associëren?
Taboes zijn vaak sociaal geconstrueerde grenzen die weinig te maken hebben met wat iemand werkelijk ervaart of nodig heeft. Ik ben niet geïnteresseerd in provoceren om het provoceren, maar wel in het doorbreken van die automatische beperkingen. In onderzoeken wat er gebeurt als je ze loslaat. Ik ken echt geen taboes.
Is dat niet gevaarlijk?
Soms. Maar een leven zonder risico is uiteindelijk ook een vorm van langzaam verdwijnen. Ik kies er liever voor om af en toe te ver te gaan, dan om nooit echt ergens te komen.
Je komt in dit gesprek behoorlijk uitgesproken over. Scherp, confronterend. Maar ben je eigenlijk niet gewoon een enorme dromer?
Ja. Zonder twijfel. Misschien wel in de eerste plaats. Ik kan een grote muil hebben, fel zijn, hard in mijn uitspraken. Maar dat is niet de kern.
Wat is die kern dan wel?
Zachtheid, denk ik. Of gevoeligheid, als je het minder sentimenteel wilt maken. Ik ben iemand die geraakt wordt door kleine dingen. Dieren. Bloemen. Muziek die ineens binnenkomt. Poëzie die iets openbreekt waarvan je niet eens wist dat het er zat.
Dat botst misschien met het beeld dat mensen van je hebben.
Misschien. Maar die twee sluiten elkaar natuurlijk niet uit. Integendeel.
Dus achter die uitgesproken stem zit…
Een hartstikke lieve jongen! Iemand die droomt. Die gelooft in schoonheid. Die zich kan verliezen in een landschap, in een melodie, in een zin die precies goed valt.
Ben je een soort moderne Bukowski?
Dat is gevaarlijk terrein, je met zulke grootheden te vergelijken. Maar ik snap wel waar het vandaan komt. Ik geloof niet in gepolijste levens. Ik geloof in rafelranden.
Wat bedoel je daarmee?
Dat het echte leven zich niet afspeelt in nette zinnen en goedgekeurde emoties. Het zit in de nachten die te lang duren, in gesprekken die ontsporen, in momenten waarop je jezelf niet helemaal onder controle hebt. Daar zit de waarheid. En daar moet je als schrijver of gewoon als mens durven zijn.
Alsof alles beheersbaar is. Alsof het leven zich laat structureren in veilige hoofdstukken. Zo werkt het niet. Soms moet je het laten ontsporen om iets echts te vinden.
En hoe leef je zelf?
Niet voorbeeldig, laat ik het zo zeggen. Ik geloof niet in balans als hoogste goed. Ik geloof in intensiteit. In vol erin gaan, ook als dat betekent dat je af en toe tegen de muur loopt. Je schrijft niet over het leven door ernaar te kijken, je schrijft erover door er middenin te staan.
En de prijs daarvan?
Die betaal je. Altijd. Maar dat is precies wat het waardevol maakt. En dood ga je toch wel, dus wat is het probleem?
We hebben het gehad over succes, prijzen, verkoop. Maar wanneer dacht je: dit wordt niets?
Vaker dan je denkt. Er zijn momenten geweest, ook tijdens het schrijven van Yasmina, dat ik ernaar keek en dacht: dit is leeg. Dit gaat niemand raken. Misschien moet ik gewoon stoppen.
Echt stoppen?
Ja. Niet dramatisch, maar heel praktisch. Of, nou ja, misschien ben ik zo nu en dan ook wel een beetje melodramatisch. Dat je denkt, misschien ben ik hier gewoon niet goed genoeg in. Dat alles wat je maakt eigenlijk onder je eigen ambitie blijft. En dan stoppen, al is het tijdelijk, dat aankondigen via social media en natuurlijk wel gewoon blijven schrijven en weer terugkeren in de openbaarheid.
Dus falen hoort erbij?
Ja. Op je muil gaan. Opstaan en weer doorgaan. Als je niet bereid bent om iets te maken dat kan mislukken, maak je automatisch iets dat veilig is. En veilige literatuur is meestal dode literatuur.
Schrijf je eigenlijk voor je lezers?
Nee. En ja, maar op een andere manier. Ik schrijf niet om het de lezer makkelijk te maken. Ik schrijf om iets echts te maken. Als dat betekent dat een lezer moet werken, moet twijfelen, zich ongemakkelijk voelt, dan heb ik het goed gedaan.
Dus je wil niet per se begrepen worden?
Ik wil dat iemand iets voelt wat hij of zij niet meteen kan plaatsen. Dat het blijft hangen.
Ben je niet bang om lezers te verliezen?
Nee. Natuurlijk verlies je lezers. Maar dat hoort erbij. Als iedereen je blijft volgen, ben je waarschijnlijk niet aan het bewegen. Dan ben je een soort Eus. Het betaalt de hypotheek, maar het is als een hol vat.
Laten we het toch even hebben over iets waar weinig schrijvers graag over praten: geld. Wil je rijk worden van schrijven?
Ik heb geen romantisch beeld van armoede. Dat quasi-romantische beeld van die armetierige schrijver die zit te ploeteren op een zolderkamertje, omdat schrijven lijden is, wat overigens wel klopt, dat beeld erken ik niet als romantisch. Dus ja, ik wil dat mijn werk goed verkoopt. Ik wil dat het me vrijheid geeft, in tijd, ruimte, en financiële onafhankelijkheid.
Is commercieel succes verdacht?
Tuurlijk niet. In sommige kringen wel. Waar geld stinkt, maar het meestal ook tegen de plinten klotst. Alsof succes automatisch betekent dat iets minderwaardig is. Dat vind ik een gemakzuchtige houding. Slechte boeken kunnen goed verkopen, maar goede boeken ook. Het één sluit het ander niet uit.
Voel je schaamte bij succes?
Soms wel, omdat die houding zo diep in onze Hollandsche genen zit. Doe maar normaal, je kent het wel. En natuurlijk heb ook ik last van het Imposter Syndrome. Maar ik probeer dat los te laten. Uiteindelijk is het simpel: als mensen je boek kopen en lezen, betekent het dat het iets doet. Dat is geen reden voor schaamte, daar mag je trots op zijn.
Als je één zin zou moeten geven die jouw schrijverschap samenvat, wat zou dat zijn?
Dat je bereid moet zijn om alles te verliezen wat werkt, om iets te maken dat klopt.
Je werkt gestaag aan je bekendheid in Nederland, maar waar wil je naartoe? Wat zijn je ambities?
Nederland is klein. Zowel geografisch als qua Nederlands taalgebied. Ik schrijf niet met grenzen in mijn hoofd, dus het voelt ook logisch dat mijn werk daar niet zou moeten stoppen. Een van mijn belangrijkste doelen is om de vertaalrechten van mijn boeken te verkopen en een internationaal publiek te bereiken.
Waarom is dat zo belangrijk voor je?
Ik wil gelezen worden. Dat is de essentie. En omdat de thema’s waar ik over schrijf niet exclusief Nederlands zijn. Yasmina speelt zich af in Iran, maar gaat over iets universeels: vrijheid, macht, verbeelding. Dat zijn geen lokale onderwerpen. Ik ben ervan overtuigd dat dit verhaal net zo goed gelezen kan worden in Berlijn, New York of Istanbul. Tossa idem, dat gaat over liefde, vriendschap en de dood. En mijn thrillers kun je makkelijk internationaal zien.
Zie je dat als een volgende stap of als een noodzakelijk onderdeel van je schrijverschap?
Het is een volgende stap, maar ook een vorm van logica. Als je serieus genomen wilt worden als schrijver, moet je bereid zijn om je werk bloot te stellen aan andere talen, andere contexten, andere lezers. Dat is spannend, want je verliest ook controle. Maar juist dat maakt het interessant. Een noodzakelijke volgende stap dus.
Wat zou internationaal succes voor je betekenen?
Dat je boek ergens verschijnt waar je zelf nooit bent geweest, en dat het daar iets losmaakt. Dat iemand aan de andere kant van de wereld zich herkent in een verhaal dat jij hier hebt geschreven. Dat idee vind ik misschien wel het meest fascinerende aan literatuur.
En praktisch?
Goede buitenlandse uitgevers vinden, sterke vertalers, de juiste timing. Het is ook gewoon een kwestie van geduld en doorzetten. Maar ik ben daar vrij helder in. Ik wil dat mijn boeken de grens overgaan. En daar maak ik ook geen geheim van: ik wil financieel onafhankelijk zijn. De kans daarop wordt alleen maar groter als je van de hele wereld je speeltuin maakt.
Is er een specifieke plek waar je als eerste door wilt breken?
Niet per se. Het gaat me minder om één land en meer om beweging. Daarna zie je wel waar het landt.
Tot slot, terug naar Yasmina. Wat hoop je dat lezers voelen als ze het boek dichtslaan?
Ongemak. Misschien schaamte. Maar ook bewondering voor iemand die, ondanks alles, blijft dromen van vrijheid. Dat het ze raakt en het is misschien heel moralistisch, maar dat het ze aan het denken zet. Maar bovenal hoop ik dat ze hebben genoten van het boek. Want dat is ook essentieel, simpelweg lekker lezen.
Tot slot, wie is Yasmina voor jou?
Iemand die opgesloten zit in een systeem dat haar wil reduceren tot niets, en die daar toch iets tegenover zet wat niet te breken is. Geen heroïek, maar een stille, koppige weigering om te verdwijnen. Yasmina zal dan ook altijd blijven bestaan.
Dankjewel, Tjeerd, voor dit openhartige gesprek.
Graag gedaan. Gaan we zo de stad nog in? Kom, ik schenk je glas nog eens vol.
Een kop koffie is ook altijd welkom!
Ook tof, waar je zelf nóg blijer van wordt, is door een boek van me te kopen!
Yasmina is een jonge Iraanse vrouw die gevangenzit in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Haar celgenoot is Jale, een oudere vrouw die Yasmina de martelingen, de vernederingen en de bijtende onzekerheid even doet vergeten door ’s nachts de oude sprookjes uit Duizend-en-een-nacht te vertellen.
Jale is een begenadigd chroniqueur, die de sprookjes uit Perzië, Babylonië en het oude Egypte volmaakt met haar eigen ideeën en fantasieën. De fabelachtige verhalen vormen de basis van een warme vriendschap en diepe verbondenheid tussen de twee vrouwen.
Jale groeide op in het Iran van voor 1979, Yasmina werd geboren tijdens de Perzische Golfoorlog begin jaren negentig. Twee vrouwen met een verschillende geschiedenis, maar met één gewenste toekomst: een vrije.
‘Yasmina vertelt een diep ontroerend en betekenisvol verhaal. We waarderen wat je doet om dergelijke verhalen met de wereld te delen.’ ~ Narges Foundation
Een zelfgekozen bedrag als losse donatie doen kan hier, met een directe overboeking naar NL70 BUNQ 2076 5623 89 t.n.v. Tjeerds Brainfarts onder vermelding van je mailadres of door op het BUNQ-logo te klikken. Natuurlijk krijg je bij een losse donatie ook - tijdelijk naar rato - toegang tot betaalde content.
Los doneren via PayPal of Stripe is ook mogelijk. (NB.: PayPal leidt je naar een donatiepagina op naam van mijn uitgeverij, Jalapeño Books)









Mooi interview, Yasmina verdiend alle aandacht die ze krijgt net als alle Yasmina's in Iran.