We zitten in de tuin en er loopt een mier driftig rond over de vergeelde plastic tuintafel. Van vlek naar plek naar gemorste kruimels en andere etensresten van voorbije dissen. Mijn tafelgenoot, met de onderkin rustend in de handpalm, de morsige haren wapperend in de bloedhete wind die over het land blaast en voelt alsof er een föhn volcontinu op je kadaver wordt geblazen, drukt zonder enig mededogen met zijn duim de mier dood.
Met enige verbijstering kijk ik hem aan en constateer dat deze brute moord voor mijn tafelgenoot niets meer en niets minder was dan het wegpieken van een stukje kaas, een broodkruimel, het wegvegen van een gemorste druppel goedkope wijn, het wegblazen van een stukje peterselie of een slap blaadje sla.
Het stoffelijk overschot van de mier ligt tussen ons in en mijn tafelgenoot kijkt naar de geknakte pootjes, het verwrongen lijfje en de regenboog aan minuscule ingewandjes die over de tafel zijn gespat. Met een diepe zucht piekt hij het rompje weg, de eeuwige vergankelijkheid in.
‘Nog een wijntje?’ verzucht hij. Hij wacht mijn antwoord niet af, staat kreunend op en sleept zijn morbide obese lijf naar de hoek van het terras waar een goedkope vijfliterdoos zoete witte wijn staat te koken in de zon en hij schenkt een plastic bekertje tot de rand toe vol.
‘Hier,’ zegt de vlezige wanneer hij mijn bekertje voorzet. ‘Proost, op het zoete leven. La dolce vita.’
De doos heeft hij opgepakt en pontificaal op tafel gezet, de afstand van stoel tot doos was zeker een meter of drie en dat overbruggen blijkt een zwaarder opgaaf dan een willekeurig levend wezen het leven te gunnen.
‘Wat deed jij daarnet nou?’ vraag ik hem.
‘Wat? O, je wilt je wijn in een glas, mister Fancy?’
‘Nee, dat bedoel ik niet.’
Maar mijn tafelgenoot luistert al niet meer, drukt zich kreunend uit zijn stoel en met zijn witte spillenpootjes onder dat zwetende corpulente lijf, dribbelt hij naar binnen en komt niet veel later met een koffiemok terug.
‘Je doet het er maar mee,’ mompelt hij terwijl hij die lauwe piswijn uit het plastic bekertje overgiet in de koffiemok.
‘Ik bedoelde,’ waag ik weer een poging tot conversatie, ‘waarom drukte je die mier dood?’
‘Welke mier? O, dat beest net. Waarom niet? Ze lopen hier toch met duizenden,’ zegt hij, terwijl hij een slok neemt en zijn lippen afveegt aan de rug van zijn hand. ‘Bovendien,’ voegt hij eraan toe, ‘het was een vrij opdringerige mier.’
Ik kijk naar de plek waar het diertje lag, nu al uitgewist alsof het nooit bestaan heeft.
‘Opdringerig?’
‘Ja,’ zegt hij. ‘Hij liep rond alsof hij hier iets te zoeken had. Dat soort zelfvertrouwen moet je in de kiem smoren.’
Hij grijnst loom, tevreden met zijn eigen redenering, en leunt achterover waarbij zijn stoel vervaarlijk kraakt, alsof ook die overweegt om er abrupt mee te stoppen. Hij neemt nog een slok, verslikt zich, en kucht een paar keer dramatisch alsof hij zojuist een heroïsche daad heeft verricht. Dan kijkt hij me weer aan, met een blik die ergens tussen verveeld en licht beschuldigend hangt. ‘Je doet net alsof ik iemand vermoord heb.’
‘Een opdringerige kat sla je toch ook niet direct dood? Een bedelende hond schop je niet de regenboogbrug over? Een vervelend mens kopschop je niet naar het hiernamaals?’
‘Nou, als je zo doorgaat weet ik niet waartoe ik in staat blijk te zijn,’ grinnikt de zwaarlijvige mierenbeul. ‘En trouwens, jij slaat muggen toch ook gewoon tot moes?’
‘Zeker. Maar die vallen mij aan. En zelfs het doodslaan van een mug staat mij tegen.’
Ik observeer de volumineuze moordenaar en constateer dat deze discussie net zo doelloos zal blijken als het leven van de mier. Een leven lang werk je, stel je jezelf in dienst van de gemeenschap, de maatschappij, probeer je je op te werken, het goede te doen voor hen om je heen en poog je enigszins te genieten van wat het leven je te bieden heeft.
En dan patsboem is het einde daar.
‘Nou dan, hypocriet,’ verzucht de volgevreten killer. ‘Schenk nog eens bij, zeiksnor. Dit gemoraliseer maakt me dorstig.’
Och, trad die gelukzalige dood toch maar zo snel mogelijk in. Ik benijd de mier. Hoewel grof en onverwacht uit het leven gerukt, was zijn dood snel en hoogstwaarschijnlijk pijnloos en zonder angst. Maar het zal mijn ongeluk wel weer zijn dat ik tot in lengte van dagen met dit sort nietsnutten zal doorbrengen tot ik op mijn 93e van ellende in elkaar stort, mijn hart echter blijft kloppen, niemand mij een pilletje van Drion wil geven en die vadsige fatso aan mijn almaar lengende sterfbed zal zitten, zoete witte wijn lurkend, orerend over dode mieren en de totale nutteloosheid der dingen.
Alles werkt zich kapot, kruipt doelgericht van kruimel naar kruimel, bouwt, sleept, ploetert, om uiteindelijk achteloos weggeveegd te worden door iets lomps dat zichzelf nog belangrijk waant ook. De mier, ik, die drabbige beul, niemand uitgezonderd.
La dolce vita, net zo triviaal als het leven én de dood van de mier.
Een kop koffie is ook altijd welkom!
Ook tof, waar je zelf nóg blijer van wordt, is door een boek van me te kopen!
Yasmina is een jonge Iraanse vrouw die gevangenzit in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Haar celgenoot is Jale, een oudere vrouw die Yasmina de martelingen, de vernederingen en de bijtende onzekerheid even doet vergeten door ’s nachts de oude sprookjes uit Duizend-en-een-nacht te vertellen.
Jale is een begenadigd chroniqueur, die de sprookjes uit Perzië, Babylonië en het oude Egypte volmaakt met haar eigen ideeën en fantasieën. De fabelachtige verhalen vormen de basis van een warme vriendschap en diepe verbondenheid tussen de twee vrouwen.
Jale groeide op in het Iran van voor 1979, Yasmina werd geboren tijdens de Perzische Golfoorlog begin jaren negentig. Twee vrouwen met een verschillende geschiedenis, maar met één gewenste toekomst: een vrije.
‘Yasmina vertelt een diep ontroerend en betekenisvol verhaal. We waarderen wat je doet om dergelijke verhalen met de wereld te delen.’ ~ Narges Foundation
Een zelfgekozen bedrag als losse donatie doen kan hier, met een directe overboeking naar NL70 BUNQ 2076 5623 89 t.n.v. Tjeerds Brainfarts onder vermelding van je mailadres of door op het BUNQ-logo te klikken. Natuurlijk krijg je bij een losse donatie ook - tijdelijk naar rato - toegang tot betaalde content.
Los doneren via PayPal of Stripe is ook mogelijk. (NB.: PayPal leidt je naar een donatiepagina op naam van mijn uitgeverij, Jalapeño Books)








