U denkt natuurlijk dat ik in de basis slechts een armetierige schrijver ben, die wat shekels bij elkaar schrijft hier op Substack en met de verkoop van mijn boeken (koopt allen!), maar niets is minder waar. Nu zou ik een opsomming kunnen geven van mijn andere verdiensten in en uit mijn lange en spec-ta-cu-laire carrière, maar vandaag hou ik het even op één specifiek onderdeel van mijn indrukwekkende curriculum.
Want wist u dat ik in een voor een Oscar genomineerde documentaire zit? Die ook nog eens tweevoudig prijswinner op het IDFA was, te weten de IDFA Special Jury Award for Feature-Length Documentary en de IDFA Audience Award.
Toe maar!
Het is een documentaire van voornamelijk Palestijnse snit en heet 5 Broken Cameras, duurt ruim anderhalf uur, werd voor het eerst vertoond in 2011 en is een samenwerking tussen de Palestijnse cameraman Emad Burnat en de Israëlische filmmaker Guy Davidi.
De film volgt vijf jaar van protesten in het Palestijnse dorp Bil'in op de Westelijke Jordaanoever, ten westen van Ramallah waar bewoners zich verzetten tegen de bouw van de Israëlische afscheidingsbarrière en de uitbreiding van Israëlische nederzettingen.
In 2009 was ik met oorlogsfotografe Marielle van Uitert in Israël en de Palestijnse gebieden tijdens Operatie Cast Lead, een lucht- en later grondoffensief in de Gazastrook. Die dagen woonden we onder andere de befaamde wekelijkse demonstratie tegen de Westoeverbarrière, ook wel de Israëlische Muur genoemd, in Bil’in bij. Een van de mannen uit de docu, Bassem Abu Rahmeh, liep deze demonstratie ook mee, maar kwam drie maanden later om het leven toen hij werd geraakt door een traangasgranaat.
Pas toen de documentaire voor het eerst werd vertoond, kwam ik erachter dat ik in die docu zit, als passant, op die bewuste dag, omdat ik mezelf op beeld zag voorbijrennen tijdens de eerste beschietingen van Israëlische militairen. Dat was dan ook direct mijn gehele bijdrage aan deze documentaire, maar toch hè, maar toch… een Oscar nominatie waard, heb ik toch maar mooi aan bijgedragen!
Zelf maakte ik dit filmpje, waarvoor direct mijn excuses voor de amateuristische beelden, maar in die tijd waren er nog geen iPhones, liep ik met mijn notitieblokje en pen in de hand en was het nogal, nou ja, chaotisch en was er nogal wat traangas te verstouwen. Deels dezelfde beelden zie je terug in 5 Broken Cameras.
Propaganda, alles is propaganda
“Waarom dit verhaal?” vraagt u zich natuurlijk af. Welnu, over de meest recente anti-Israël documentaire NAZA is al veel gezegd en geschreven, van de 24-minuten durende ovatie tijdens het Filmfestival in Venetië waar de makers de Leni Riefenstahl Award wonnen, tot artikelen (dankjewel Maaike) waarin de documentaire met een kritische blik wordt bekeken.
En dan is er nog Eva Jinek, die als Spuit 11 op maandag 28 september jl. de activist Salwa van der Gaag uitnodigde om over NAZA te komen spreken. Ik schreef daarover het volgende in een aparte noot:
En dat deed mij terugdenken aan “mijn” documentaire en hoe ik toen al, jeugdig en naïef als ik was, verbaasd was over hoe de demonstratie verliep en later hoe dit verwerkt werd tot een serieus genomen docu. Want, ook 5 Broken Cameras zou ik geen objectieve documentaire willen noemen, maar net als NAZA een propaganda-vehikel ter meerdere eer en glorie van de Palestijnse zaak.
In Bil’in komen er wekelijks zo’n 100 tot 200 demonstranten bijeen om tegen de scheidingsmuur te protesteren. Het is telkens weer hetzelfde kunstje, de overduidelijke opgezetheid van de demo’s, die als een soort moedeloze vrijmibo na het gebed als een theaterstukje worden gespeeld. Na afloop wordt een colaatje gedronken en leeft men weer toe naar volgende week, alwaar er onder het toeziend oog van allerhande mediaatjes de verrichtingen worden gevolgd en de wijde wereld worden ingestuurd.
Natuurlijk worden er te pas en te onpas kinderen ingezet, met bijvoorbeeld van die zogenaamd quasi-nonchalante spontane vragen.

Toentertijd heb ik wat losse artikelen over Hebron geschreven, over de wijze waarop ik als journalist mij door een wirwar van bureaucratie en boze Israeli’s moest werken om maar Gaza binnen te kunnen komen of om überhaupt in Israël te mogen werken, over een sprookjesachtig meisje dat ik er ontmoette die olijfbomen kwam planten (Mariam, oooh Mariam, zo mooi… we dronken thee, ik maakte een foto en nou ja, helemaal onderaan, onder een betaallink kunt u haar aanschouwen, want privacy enzo, we hebben nog steeds contact en ik ben nog immer flief) en… Bil’in. Dus, u begrijpt, ik ben mijn archief even ingedoken en heb dat artikeltje opgesnord. Ik denk dat ik het schreef voor het Algemeen Dagblad toen, of Metro. Teruglezend Propaganda, alles is propaganda. De documentaires, dit soort demonstraties. Maar goed, oordeelt u vooral zelf! Het stuk kunt u hieronder lezen, ongeredigeerd en geheel in de 2009 tijdsgeest. Daaronder nog de documentaire 5 Broken Cameras en een link naar een fotoserie van mijn reis toen.
Natuurlijk mag u het artikel gratis lezen, maar om meer, meer, meer! van dit soort stukken te kunnen maken, zou het werken mij een stuk makkelijker gemaakt worden met een financiële bijdrage. Eenmalig, of in de vorm van een abonnement. Dank!
Allahoe akbar
In Bil’in op de Westelijke Jordaanoever vindt elke vrijdag een demonstratie plaats. De ogenschijnlijk vreedzame demonstratie tegen de Israëlische scheidingsmuur loopt vrijwel altijd uit op een gewelddadig treffen.
‘Allahoe akbar!’
Door: Tjeerd Langstraat
In Bil’in, een klein dorpje op anderhalf uur reizen van Ramallah, is er sinds 2005 elke vrijdag een demonstratie. Vanuit Bil’in lopen er dan tussen de 150 en 400 mensen uit Bil’in, Ramallah en andere plaatsen naar de separation wall. De groep demonstranten bestaat veelal uit Palestijnen, maar ook Israëliërs en Israëlische organisaties zoals Gush Shalom en Ta’Ayush lopen mee. De muur snijdt hier precies het dorp en de landerijen van de boeren in het dorp in tweeën. In de afgelopen jaren zijn er bij de vrijdagdemonstraties diverse doden gevallen, honderden gewonden en is er altijd veel geweld te betreuren.
Vroeg in de ochtend vertrek ik vanuit Ramallah naar Bil’in. Eenmaal in het dorp word ik bij de moskee uit het taxibusje gezet. De vele kinderen en jongeren op straat kijken mij stilzwijgend aan en even sta ik vertwijfeld om me heen te kijken. Als uit het niets komt er een nette heer op me af die met zijn vingers knipt, verder niets zegt en mij gebaard hem te volgen. Hij manoeuvreert mij een tuin in waar een gedistingeerde heer bloemetjes aan het planten is. Er staat een dure jeep op de oprit, de tuinier is netjes geknipt en ook het huis ziet er piekfijn uit. Niet bepaald het toonbeeld van een standaard Palestijnse woning.
De vingerknippende man verdwijnt en laat mij achter op de oprit. Ook de tuinier verdwijnt en samen met twee Palestijnse jongetjes die mij koffie en en armbandjes proberen te slijten sta ik op de oprit. De deur van het huis staat open en ik besluit naar binnen te gaan. Eenmaal binnen vind ik een stapel Palestijnse vlaggen, diverse posters en zelfs Zuid-Afrikaanse anti-apartheidspropaganda. Aan de muren hangen foto’s van gruwelijk verwonde Palestijnen, huilende kinderen en zwaarbewapende Israëlische militairen.
Terwijl in de moskee het gebed wordt ingezet, wordt het op straat een stuk drukker. Ik verlaat het huis en ga de buurt in. Na het gebed loop ik de tuinier op straat tegen het lijf. Ik vraag hem wie hij is, wat precies de bedoeling is en wanneer de demonstratie begint. Hij is meneer Abdullah en hij is de coördinator van de vrijdagdemonstratie. Gezien de luxe die hij zich kan veroorloven geen onderbetaalde baan.
Zingend en schreeuwend gaat de bijeengekomen groep van zo’n tweehonderd mensen de straten en later de velden door. De aanwezigheid van diverse media is opvallend. Op tweehonderd demonstranten zijn er drie cameraploegen, waaronder Al-Jazeera, een stuk of acht fotografen en ik als schrijvend journalist. Meneer Abdullah weet de aandacht goed te trekken.
Eenmaal het dorp uit kan je al van ver de muur zien. Als een lange slang kronkelt de versperring door het landschap. Op een kleine honderd meter van een roadblock met hefboom zijn de militairen goed zichtbaar. Jeeps, een enkele vrachtwagen en zwaar bepakte militairen staan verspreid over een kleine driehonderd meter de groep in de gaten te houden. Wanneer de eerste demonstranten bij de slagboom aankomen gaan de vlaggen net iets hoger de lucht in, wordt het gezang en geschreeuw harder en komt het ‘Allahoe akbar’ veelvuldig voorbij. Inmiddels ben ik op een muurtje gaan staan en ben ik met mijn telefoon aan het filmen. Collega-journalisten dragen kogelvrije vesten en zetten hun gasmaskers op. Niet voor niets zo blijkt. Op het moment dat de voorste groep zich samenpakt wordt er geschoten.
De groep sprint uiteen, ik spring van het muurtje en trek een sprint van honderd meter. Tot mijn verbazing worden we ook van achter en van de zijkant beschoten. Militairen die ik niet had gezien, maar die zich perfect verdekt hadden opgesteld. De tweehonderd demonstranten zijn verspreid over de weg en de velden. Er zitten mensen achter muurtjes, een Palestijn klimt al schreeuwend in een paal en links en rechts van de weg rennen mensen. Het is een chaos en de strakblauwe lucht ziet inmiddels wit van de traangaswolken. Meneer Abdullah staat op een veilige afstand het geheel gade te slaan.
Net voor de demonstratie begon heb ik hem nog wat vragen kunnen stellen. Naast de geschiedenis van het ontstaan van de muur in Bil’in en de daarop volgende vrijdagdemonstratie en de internationale aandacht hiervoor, geeft hij een uiteenzetting van de wapens die het leger hier gebruikt. Om aan te tonen wat voor schade deze wapens teweeg brengen wijst hij her en der wat mensen aan.
‘Kijk, die jongen daar, die op krukken loopt. 24 jaar en een paar weken geleden in zijn been geschoten. Het is nog maar de vraag of hij ooit weer normaal zal kunnen lopen. En kijk maar gewoon eens goed rond naar de gezichten van de mensen. Ook de kinderen. Bijna allemaal hebben ze wel littekens in hun gezicht door rondvliegende scherven van explosies, kogels en het traangas. In de afgelopen drie jaar zijn er al tenminste 11 doden gevallen.’
Bij de zoveelste traangasaanval ben ik letterlijk ingesloten door traangaswolken. Ik krijg een nat doekje in mijn handen gedrukt en probeer de wolk uit te komen. Mijn ogen en keel branden verschrikkelijk. Ik drink een flesje water leeg, been de wolk uit en overzie het geheel. Nog steeds wordt er van alle kanten geschoten. Palestijnse jongetjes gooien stenen. De geluidsman van Al-Jazeera staat te kotsen tegen een muurtje. Meneer Abdullah geeft interviews en wijst de journalisten op ‘mooie’ plaatjes. Het is een aparte situatie.
Ondanks de sterk propaganderende rol die meneer Abdullah speelt kan ik niet anders concluderen dan dat het Israëlische leger willekeurig en zonder reden op mensen schiet. Deze vrijdag is er met traangas en rubber kogels geschoten. Wat mij het meest verbaast is dat er geschoten wordt zonder duidelijke aanwijsbare reden. Er was geen steen gegooid, er was geen Palestijn door de versperring geglipt, er was geen geweld gebruikt door de Palestijnse demonstranten. De demonstratie verliep van Palestijnse zijde vreedzaam.
Na een uur kat en muis spelen likken de Palestijnen hun lichte wonden. Mensen verdwijnen hun huizen weer in, anderen lopen rustig door de straten van Bil’in. Ik verlaat Bil’in met een taxibusje, ga naar Ramallah en vandaar terug naar Beit Sahour nabij Bethlehem. Onderweg naar Ramallah zijn er drie roadblocks opgesteld. Bij alle blocks wordt het busje aangehouden en eenmaal moet ik mijn paspoort tonen en word ik onderworpen aan een klein kruisverhoor. De rode oogjes van het traangas zullen hier ook aan hebben bijdragen. Desondanks ben ik vrij snel in Ramallah. Het is met recht een verwarrende, maar enerverende vrijdag te noemen.
5 Broken Cameras (2011)
Voor als u geïnteresseerd bent in meer beeldmateriaal van deze bewuste reis, kijk dan vooral op de site van mijn toenmalige reisgenoot Marielle. Een deel van de foto’s is later ook opgenomen in het boek Blik op de oorlog.
Zo, trek in een bakkie wel na dit epistel!
Een zelfgekozen bedrag als losse donatie doen kan hier, met een directe overboeking naar NL70 BUNQ 2076 5623 89 t.n.v. Tjeerds Brainfarts onder vermelding van je mailadres of door op het BUNQ-logo te klikken. Natuurlijk krijg je bij een losse donatie ook - tijdelijk naar rato - toegang tot betaalde content.
Los doneren via PayPal of Stripe is ook mogelijk. (NB.: PayPal leidt je naar een donatiepagina op naam van mijn uitgeverij, Jalapeño Books)
Ook tof, waar je zelf nóg blijer van wordt, is door een boek van me te kopen!
Yasmina is een jonge Iraanse vrouw die gevangenzit in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran. Haar celgenoot is Jale, een oudere vrouw die Yasmina de martelingen, de vernederingen en de bijtende onzekerheid even doet vergeten door ’s nachts de oude sprookjes uit Duizend-en-een-nacht te vertellen.
Jale is een begenadigd chroniqueur, die de sprookjes uit Perzië, Babylonië en het oude Egypte volmaakt met haar eigen ideeën en fantasieën. De fabelachtige verhalen vormen de basis van een warme vriendschap en diepe verbondenheid tussen de twee vrouwen.
Jale groeide op in het Iran van voor 1979, Yasmina werd geboren tijdens de Perzische Golfoorlog begin jaren negentig. Twee vrouwen met een verschillende geschiedenis, maar met één gewenste toekomst: een vrije.
‘Yasmina vertelt een diep ontroerend en betekenisvol verhaal. We waarderen wat je doet om dergelijke verhalen met de wereld te delen.’ ~ Narges Foundation










